TachoDrop
Inloggen Hardware aanvragen

Zo werkt uitlezen — en zo blijft het bewijs.

Een digitale tachograaf legt alles twee keer vast: op de bestuurderskaart van de chauffeur en in de voertuigunit van de wagen. Allebei moeten ze regelmatig worden uitgelezen. Dat is geen service — dat is een wettelijke plicht, met een klok erop.

28/ 90 dagen

De termijnen uit Verordening (EU) 165/2014:

de bestuurderskaart ten minste elke 28 dagen, de voertuigunit ten minste elke 90 dagen. Wie te laat is, riskeert niet alleen een boete: oudere data wordt overschreven, en wat weg is, is weg.

Wat er bij het uitlezen ontstaat

Uitlezen levert een .DDD-bestand op: een digitaal ondertekend origineel, rechtstreeks uit de kaart of de unit. Dát bestand is het bewijs — niet de grafieken die een analysepakket er later van maakt. TachoDrop bewaart daarom het bestand zelf, byte-voor-byte, met een vingerafdruk (sha256) die aantoont dat er niets aan veranderd is, en met de herkomst erbij: wie leverde het aan, via welk kanaal, op welk moment.

Zoveel manieren als er bedrijven zijn

Voor chauffeurs

Zelf uitlezen

Met een kaartlezer aan de computer, of met de DigiFOB pro in de zak: eigen kaart uitlezen waar u ook bent, het bestand op uw eigen naam in de kluis. Uw historie blijft compleet — ook tussen twee werkgevers in, ook als het kantoor het een keer vergeet.

Voor kantoor en planning

Op de vestiging

De digipostpro-terminal in de kantine (kaart erin, bestand in de kluis, geen computer nodig) en de digiVU-stick voor de voertuigunits. De administratie ziet meteen welke kaarten en wagens deze maand nog moeten.

Voor de hele vloot

Op afstand

De voertuigunit — en met de bedrijfskaart op afstand ook de bestuurderskaart — wordt uitgelezen terwijl de wagen rijdt. Geen kaartjes verzamelen, geen vergeten wagens: de termijnen worden vanzelf gehaald.

Ligt er al een archief, of leest uw leverancier al uit? Bestaande .DDD-bestanden upload u zo de kluis in, en fleetproviders en analysepakketten leveren via de API rechtstreeks aan — met een eigen sleutel en een eigen spoor.

En daarna: van bestand naar antwoord

Elk binnengekomen bestand wordt gecontroleerd (handtekening, periode, kaart), aan de juiste kaart gehangen en bewaard. Vanaf dat moment is de dekking per kaart gewoon een vraag met een antwoord: wat ligt er over deze periode, en waar zit het gat. De chauffeur ziet het in zijn portaal, de vervoerder draait de 28-dagencontrole over zijn hele vloot — dezelfde controle die IL&T doet, maar dan vóórdat het een brief wordt.

Wat er bewust níet kan

Er is geen zoekfunctie over chauffeurs heen, en een gevonden bestand is nog geen geleverd bestand. Tussen vinden en leveren zit altijd de rechtenvraag: een vastgelegde aanspraak met doel, grondslag en einddatum. Elke levering — en elke weigering — laat een regel na in het auditlog. Zo blijft een kluis een kluis, en wordt hij nooit stilletjes een register.

Zien wat er van uw vloot ligt?

Begin met één lezer of één kastje. Uitbreiden kan altijd.